Het doel van dit project is de aandacht vestigen op alle Surinamers en Nederlanders die grond bezitten in Suriname en er min of meer niets mee doen. Door hun grond optimaal te gebruiken of af te staan kunnen bewoners van Suriname die onder de armoede grens vallen, producten gaan verbouwen, telen zodat ze in hun eigen levensbehoeften kunnen voorzien.
Armoede bestrijding door Grondrecht binnenlandse bewoners van Suriname.
Doel van dit project is geweest de aandacht te vestigen op alle Surinamers en Nederlanders die grond bezitten in Suriname en er min of meer niets mee doen.
Door hun grond optimaal te gebruiken of af te staan kunnen bewoners van Suriname die onder de armoede grens vallen, producten gaan verbouwen, telen zodat ze in hun eigen levensbehoeften kunnen voorzien.
Hr. Mijnals, jurist van huis uit, doceert dit vak op de Anton de Kom Universiteit van Suriname. Zijn specialisme is zakenrecht. Hij adviseert ook mensen in Suriname en Nederland hoe ze de titel op hun grond kunnen behouden en toch hun grond kunnen inzetten voor een bepaalde doelgroep.
De sessies zijn gegeven op:
22 september, 24 september, 10 december en 15 december. Het aantal bezoekers was zeer groot. Duidelijk werd dat dit onderwerp de meeste Surinamers/Nederlanders aanspreekt.
Inhoudelijke gedeelte per sessie:
Dialectische benadering van het vraagstuk van rechten op de grond van binnenlandbewoners ter bestrijding van armoede.
De meest verstrekkende vraag: Komen de binnenlandbewoners in aanmerking voor een zakelijke titel op de grond? De nadruk bij de beantwoording van de vraag zal twee vertrekpunten dienen te omvatten. Het antwoord geeft niet alleen antwoord op de legaliteit van de vraag. Het is evenzeer een antwoord naar de legitimiteit. Is het met andere woorden legitiem dat zij in aanmerking dienen te komen voor een zakelijke titel op de grond. De huidige wetgeving voorziet in toekenning van een zakelijke titel op de grond aan iedere Surinamer die in Suriname domicilie heeft. Echter is het evenzeer de vraag of de zakelijke titel van grondhuur geschikt is om de behoefte naar een zakelijke titel op de grond van binnenlandbewoners te dekken.
Hoe moet de juridische benadering van een vraagstuk als rechten op de grond van binnenlandse bewoners aangepakt worden en hoe moet de vraag gesteld worden.
Om een vraagstuk van dergelijke complexiteit ten volle en in al zijn facetten te kunnen begrijpen, dienen wij het te plaatsen in zijn historische context. Wij dienen het te plaatsen in tijd, ruimte en in beweging. Wij dienen het in relatie te zien tot alle andere vraagstukken en zaken waarmee het verbonden is. In dat geval, wanneer wij een dergelijke benadering ten minste nastreven zullen wij in staat zijn een zo volledig mogelijk beeld van het fenomeen te creëren.
Het accommoderen van binnenlandbewoners met zakelijke rechten op de grond dient niet gezien te worden als het sluitstuk van een maatschappelijk vraagstuk dat eindelijk invulling krijgt. Een dialectische kijk op deze zaak brengt ons naar het standpunt van welke ontwikkeling wij voor het land wensen, met het achterland van Suriname als katalysator. Oplossing van dit vraagstuk biedt ruimte voor oplossing van talrijke andere vraagstukken die hiermee in relatie staan.
De wet is duidelijk voor wat betreft het recht van de binnenlandbewoners op een zakelijke titel op domein land. De wet is echter volstrekt ontoereikend wanneer wij de toepassing van grondhuur, de enige zakelijke titel mogelijk op domeinland, in concreto willen toepassen op binnenlandbewoners. Bij de introductie van deze zakelijke titel is op geen enkele wijze rekening gehouden met de verschillen in leefwijze tussen binnenlandbewoners en stedelingen.
Laat mij vandaag beginnen met de initiatiefnemers van deze conferentie te complimenteren voor het initiatief dat een stap markeert in de pogingen tot oplossing van het vraagstuk waarmee ons land heden worstelt, namelijk rechten van Inheemsen en Marrons op de grond in Suriname. Onbruikbaar grond dat optimaal gebruikt kan worden door de Inheemsen en Marrons.
Voor zover mij bekend is nog nooit eerder een conferentie op dit thema van deze allure in Suriname georganiseerd geweest.
Alleen reeds om die reden moeten wij erg blij zijn dat deskundigen, nationaal en internationaal zijn samengebracht om hun licht te laten schijnen over dit vraagstuk.
Toegegeven moet worden dat de oplossing van dit vraagstuk geen gemakkelijke taak is. Degenen die geroepen zijn zich te buigen over dit vraagstuk zullen zich over een breed terrein van juridische, economische, culturele, sociale, en politieke barričres heen moeten werken. Wij zijn er dus nog lang niet.
Rechten van inheemsen en marrons moeten gelezen worden als toestemming om zich op onherbergzame gebieden ver in het binnenland te mogen ophouden, daar waar de directe en indirecte economische belangen van de kolonisator niet konden worden doorkruist.
Stellingen:
1) Ik ben niet de mening toegedaan dat rechten op de grond van inheemsen en marrons beschermd dienen te worden. Dat zou immers impliceren dat zij rechten op de grond hebben. Zij hebben geen zakelijke rechten op de grond en zij hebben ook geen persoonlijke rechten op de grond. Wat zij hebben is het recht om getolereerd te worden.
2)De algemene bewoordingen over rechten op de grond van Surinamers is niet op maat gesneden voor de binnenlandbewoners. Hun leefwijze in dorpen waar alle hutten opeengehoopt zijn is dramatisch. Wij in Nederland zouden ze kunnen helpen.
3) Surinamers in Nederland en Suriname moeten hun grond afstaan ( verkoop of verhuren) aan de Inheemsen en Marrons omdat het binnenland van Suriname van hun is.
Op deze stellingen is er volop door de aanwezigen gediscussieerd.
Resultaat:
Hr. Mijnals brengt in zijn sessie naar voren dat:
Toepassing van het zakelijk recht van grondhuur op binnenlandbewoners zondermeer niet mogelijk zal zijn.
De vragen die dan aan de orde komen zijn:
1. Moet grondhuur zodanig worden gewijzigd dat toepassing in het binnenland wel mogelijk wordt.
2. Moeten aan de binnenlandbewoners allodiaal eigendom of eigendom worden toegekend
3. Moeten speciaal voor het binnenland een ander zakelijk recht worden bedacht.
4. Moet bij de toekenning van zakelijke rechten op de grond uitgegaan worden van de huidige woonplaatsen van de binnenlandbewoners.
5. Moet bij de toekenning van zakelijke rechten op de grond de jacht en landbouw gronden alsmede de religieuze plaatsen worden medebetrokken.
Deze lijst zou heel gemakkelijk kunnen worden aangevuld maar voor deze discussie zullen wij ons hiertoe beperken.
Onder de aanwezigen was zeer duidelijk te merken dat zij totaal geen weet hebben over het onderwerp grondrecht. De meeste mensen bezitten grond uit boedeloverdracht. Het is niet bekend of hun grond erfpacht, grondhuur of allodiaal eigendom is.
De ham vraag is ben je bereidt je grond af te staan aan de Inheemsen en Marrons ter bestrijding van armoede.
Dit onderwerp blijkt zo complex te zijn dat er wel interesse is om grond te verhuren, doch de juridische aspecten moeten zeer goed worden vastgelegd.
Uit alle sessies kwam naar voren dat dit onderwerp zeer interessant is. De aanwezigen hebben gevraagd nadere sessies te houden over dit onderwerp. Vanwege de complexiteit moeten deze bijeenkomsten worden gezien als een “Opwarmertje”.
Voortzetting:
In het eerste en tweede halfjaar van dit jaar willen wij de sessie herhalen voor een breder publiek.







